Jarenlang hebben onze oosterburen met hun onderwijs in een roze wolk geleefd totdat eind jaren negentig de OESO cijfers bekend maakte over de prestaties van de vijftienjarigen. Hun leesvaardigheden deed Duitsland op de eenentwintigste plaats belanden. Het was een grote schok die niemand had zien aankomen. Het is fascinerend om te lezen wat er daarna gebeurde, en een les voor ons.
Vorige week bracht ‘Der Spiegel’ een omslagartikel over de Duitse onderwijssituatie, die chaotisch zou zijn met duizenden verschillende leerplannen, talloze opleidingen voor leraar en “miserabele” prestaties. Het blad geeft daar de deelstaten de schuld van. Zij gaan over onderwijs maar slagen vanwege politieke opportuniteit er niet in de druk op het systeem te verminderen. Ze deinzen terug voor maatregelen.“De belangrijkste bron van Duitsland, geest en deskundigheid, dreigt op te drogen”, waarschuwt het weekblad.
Wat doen de (zestien) deelstaten, ‘dwergstaten’ met de woorden van het blad? Zo te zien doet de een het beter dan de ander. De zuidelijke staten staan op de ranglijsten bovenaan, onderaan steden (Bremen bijvoorbeeld) en staten in het oosten. Er zijn ouders die hieraan consequenties verbinden en hun kinderen laten reizen of zij besluiten te verhuizen. Maar in alle deelstaten rommelt het, wordt er geworsteld met schooltypen in het middelbaar onderwijs en met hun aantal lesjaren, bestaat er onvrede en voeren ouders de trom. Grote demonstraties zoals vorig jaar in Hamburg (in verband met het plan schooltypen samen te voegen) zijn geen uitzondering.
Ondertussen proberen de deelstaten onderling af te stemmen en ook de landelijke regering tracht daaraan bij te dragen, maar die pogingen zijn niet verder gekomen dan de omarming van de outputgedachte: het testen van leerlingen aan de hand van competenties en standaards, die bewaakt worden door een nieuw instituut, het Institut zur Qualitätsentwicklung im Bildungswesen. Een nogal trendmatige keuze: de VS en het VK en ook ons land kozen eerder voor die koers. De eerste twee landen hebben er tientallen jaren ervaring mee. En die valt niet mee. Lees hier (pdf) onze recente beschouwing van het Angelsaksische beleid.
Anders dan in die twee landen heeft Duitsland nog niet met overtuiging voor outputsturing gekozen. Standaards zijn dunne soep, wordt gezegd, en de onderwijsinhoud wordt te schraal. “Ohne Faust geht es nicht”, zeggen critici. Zij bedoelen dat de standaarden geen verbinding hebben met een doordacht leerplan, een kritiek die de laatste jaren ook in de Angelsaksische landen opklinkt.
En ook in ons land is het nog niet koekoek één zang, ondanks alle nadruk op standaards, ‘referentieniveaus’ genoemd. De Stichting van het Onderwijs, het nieuwe platform van de onderwijsvakbonden en de sectororganisaties, mengde zich onlangs in de kabinetsformatie. Volgens de Stichting moet het in de komende tien jaar over meer maatwerk ten bate van leerlingen en studenten gaan en over een sterkere professionalisering van scholen en docenten. Lees hier (pdf) haar brief daarover. Wij spraken met haar voorzitter Sijbolt Noorda (ook voorzitter van de vereniging van universiteiten, de VSNU). Dit vraaggesprek verschijnt in ‘Schoolbestuur’ en valt op 10 september bij de lezer in de bus.