Vervolgens: hoe te handelen? Het gekozen vertrekpunt heeft een sleutelbetekenis. Vertrekkend vanuit dit punt (de eigen schoollocatie dus) zijn twee punten richtinggevend (‘twee oriëntatiepunten’): “Het feit dat het om bijzonder onderwijs gaat en dat dit onderwijs een land van herkomst heeft, de katholieke traditie.” Onderwijsvrijheid dus en katholieke traditie, dat zijn de twee punten ter oriëntatie. Het vertrekpunt is de schoollocatie.
Ten slotte. De bond ziet een aanleiding om weer over onderwijsvrijheid en eigen traditie te begin¬nen. Volgens de bond is een scheefgroei gaande. “Eén mensbeeld domineert. Een mensbeeld met een sterk accent op maakbaarheid, instrumentalisme, nut en prikkel, hier en nu. Een mensbeeld dat de vorming van jongeren sterk bepaalt. Een mensbeeld dat neerkomt op gelijkschakeling in plaats van variëteit en verschil. Daardoor wordt de samenleving, maar ook het onderwijsaanbod bedreigd door verschraling.” (p. 5) Hier spreekt de bond een grote zorg uit die nogal fundamenteel is.
Tegelijkertijd – en niet verwonderlijk – roept dit eenzijdige mensbeeld vervreemding op, verwarring ook, en polarisatie. Katholieke scholen zouden in deze actuele situatie bruggen kunnen slaan, en doen dat ook.
Kennelijk gaat het de bond niet om het eigen overleven of behoudzucht. Vanwege die negatieve tendens in onze samenleving en de verwarring biedt de bond zich opnieuw aan en begint over vrijheid en eigen traditie. “Het is tijd om weer zelf te gaan programmeren en zelf de inhoud van het programma te bepalen. Tijd voor durf, voor eigen keuzes, eigen visies.” (p. 5)